Minder zelfvertrouwen
Merkt u dat uw zelfvertrouwen minder is geworden? Misschien twijfelt u meer aan uzelf, aan uw lichaam of aan wat u aankunt. Dingen die eerder vanzelf gingen, voelen nu spannend of onzeker. Dat kan veel invloed hebben op uw werk, sociale leven, relaties en dagelijkse keuzes. Minder zelfvertrouwen ontstaat vaak niet ineens. Het groeit langzaam wanneer u klachten heeft, vaker vastloopt of merkt dat u niet meer alles kunt zoals vroeger. Dat kan pijnlijk zijn. Zeker als u gewend bent zelfstandig, actief of zorgzaam te zijn.
Wat merkt u?
Minder zelfvertrouwen kan op veel manieren merkbaar zijn.
U kunt bijvoorbeeld merken dat:
- u twijfelt aan wat u kunt;
- u minder snel nieuwe dingen probeert;
- u bang bent om fouten te maken;
- u sociale situaties vermijdt;
- u onzeker bent over uw lichaam;
- u veel bevestiging zoekt;
- u streng bent voor uzelf;
- u zich vergelijkt met anderen;
- u minder initiatief neemt.
Soms merken anderen vooral dat u stiller wordt of minder doet. Voor uzelf kan het voelen alsof u steeds aan uzelf twijfelt.
Waardoor kan het komen?
Zelfvertrouwen kan afnemen door klachten, pijn, vermoeidheid, stress of veranderingen in uw leven. Als u vaker merkt dat iets niet lukt, gaat u soms geloven dat u minder kunt dan werkelijk zo is.
Ook nare ervaringen kunnen invloed hebben op uw zelfvertrouwen. Denk bijvoorbeeld aan pesten, afwijzing, kritiek, verlies, een moeilijke relatie of andere gebeurtenissen die u onzeker hebben gemaakt over uzelf of uw mogelijkheden.
Reacties van anderen kunnen eveneens invloed hebben. Goedbedoelde hulp kan soms voelen alsof u niets meer zelf kunt. Of opmerkingen van anderen kunnen u onzeker maken.
Daarnaast kan langdurige spanning ervoor zorgen dat u vooral ziet wat niet lukt. Daardoor verdwijnen successen sneller naar de achtergrond.
Wat kunt u zelf doen?
Het helpt om zelfvertrouwen weer in kleine stappen op te bouwen. Niet door uzelf te dwingen, maar door haalbare ervaringen op te doen.
U kunt bijvoorbeeld:
beginnen met iets kleins dat haalbaar is;
- opschrijven wat wel lukt;
- hulp vragen zonder alles uit handen te geven;
- activiteiten rustig opbouwen;
- terugkijken op eerdere moeilijke periodes die u aankon.
Zelfvertrouwen groeit vaak door doen. Kleine stappen tellen ook.
Wanneer is hulp verstandig?
Hulp is verstandig als minder zelfvertrouwen u tegenhoudt in gewone activiteiten. Ook als u sociale contacten vermijdt door het verminderde zelfvertrouwen, somber wordt of veel angst ervaart, is het goed om om hulp te vragen.
Vraag ook hulp als u merkt dat u steeds negatiever over uzelf denkt. U hoeft daar niet alleen uit te komen.
Hoe Rondom kan helpen
We kijken samen hoe uw zelfvertrouwen onder druk staat en welke stappen haalbaar zijn. Daarbij letten we op uw klachten, activiteiten, gedachten en wat u belangrijk vindt.
Psychologische ondersteuning kan helpen om onzekerheid, negatieve gedachten en angst te verminderen. Een ergotherapeut kan helpen om activiteiten weer op te bouwen. Een fysiotherapeut kan ondersteunen wanneer lichamelijke klachten of onzekerheid over bewegen een rol spelen. Een leefstijlcoach kan helpen bij ritme, energie en herstel.
We zoeken naar kleine stappen waarmee u weer meer vertrouwen krijgt in uzelf en uw dagelijks leven.